We kennen ze allemaal: druktemakers. Druk gedrag hoort bij kinderen, zoals peper en zout bij elkaar horen. Het ene kind is impulsief en het andere kind is beweeglijk. Sanne is de weg al overgestoken voordat je kan zeggen dat ze moet wachten bij het stoplicht. Levi kan amper vijf minuten stil zitten op zijn stoel. Jason rent door de kamer heen en weer. Wat hebben druktemakers nodig van jou als volwassene?

Op sommige dagen heb ik er ook last van, dan ben ik een ‘drukke volwassene’. In de ochtend training geven aan pedagogisch medewerkers in de BSO in Den Haag. Overdag e-mail checken en verslagen bekijken. In de avond naar Hoorn voor een training werken met baby’s. En weet je wat mij dan helpt om mijn rust terug te vinden? Telefoon uit. Laptop dicht. Alles uitzetten. Een kind is nog niet in staat om zichzelf te remmen, maar wat kun je dan wél doen?

Druk gedrag kan verschillende oorzaken hebben. Het kan liggen aan de ontwikkelingsfase waar een kind zich in bevindt. Een peuter bijvoorbeeld ziet de hele dag door allerlei interessante objecten om te ontdekken. Het ziet wat liggen, loopt ernaar toe, pakt het vast, laat het los, draait zich om, loopt naar iets anders, zakt door de knieën, pakt het vast en hoppa…laat het los.

Druk gedrag van een kind kan ook liggen aan het temperament. Het aard van het beestje, zoals dat heet. Een ander mogelijke oorzaak is een voedselallergie of een disfunctie in de hersenen. We praten dan over ADHD. De omgeving of de situatie van het kind kan ook een rol spelen. Een woonomgeving of ruimte met teveel prikkels waardoor een kind druk gedrag vertoont, stress, spanning of ingrijpende levensgebeurtenissen en ook de manier van opvoeden kan effect hebben op het gedrag van een kind. Ook als er door opvoeders bijvoorbeeld onvoldoende grenzen worden aangegeven, kan een kind zich druk gedragen. We hebben niet voor niets regels in het verkeer, anders zou het op de weg een grote chaos worden. Zo werkt het ook met het aangeven van grenzen aan kinderen.

Laten we het nu eens van de andere kant bekijken. Kinderen die druk gedag vertonen zijn gangmakers, hebben energie, vervelen zich nooit, zijn creatief en vindingrijk, zijn gevoelig voor aanmoediging en storten zich met hart en ziel ergens in. Het ‘uitzetten’ van druk gedrag is soms fijn, maar zeker niet altijd nodig. Hieronder een aantal tips om het gedrag van kinderen te sturen.

10 tips om het gedrag van kinderen te sturen

#1 Zorg voor uitraasmomenten, zodat de kinderen hun overtollige energie kwijt kunnen.

#2 Zorg voor vaste plekken, bijvoorbeeld een vaste plek aan tafel.

#3 Zorg voor een overzichtelijke speelplek.

#4 Gebruik eenvoudige regels en niet teveel (bepaal welke echt belangrijk zijn).

#5 Gebruik een geheugensteuntje, bijvoorbeeld door regels op een briefje te schrijven of door een plaatje aan de muur te plakken.

#6 Stel de regels duidelijk en eenvoudig en vertel waar de regel voor dient.

#7 Bereid een kind voor op een overgangsmoment. Vertel bij een overgangssituatie, bijvoorbeeld van spelen naar eten, dat het kind nog vijf minuten heeft om te spelen en dat het dan moet opruimen, omdat jullie gaan eten.

#8 Vermijd een overvolle agenda met activiteiten, zorg voor voldoende rustmomenten. Het is fijn voor een kind als het even zijn eigen ding kan doen, een boekje kan lezen of mag hangen op de bank.

#9 Wijk je af van een vast patroon, kondig dan aan wat je gaat doen (kort van tevoren).

#10 Doe dingen samen, benoem hardop en geef uitleg, wees rustig aanwezig als volwassene. Dit geeft het kind veiligheid en vertrouwen.