DRIE DO’S EN DON’TS VOOR TIJDENS HET SPELEN MET KINDEREN

Blog 2 door stagiaire Berit  – DRIE DO’S EN DON’TS VOOR TIJDENS HET SPELEN MET KINDEREN
De hele week komen er tips, weetjes en ideeën rondom activiteiten voor kinderen op je tijdlijn voorbij. Misschien denk je wel: “Alles leuk en aardig, maar wat doe ik dan tijdens dat spel? Doe ik mee, of moet ik ze juist helemaal zelfstandig laten spelen?” In deze blog geef ik je drie do’s en drie don’ts voor tijdens het spelen met kinderen.

Doen, doen, doen!

  1. Sluit aan bij de zone van naaste ontwikkeling
    De zone van naaste ontwikkeling is het verschil tussen wat een kind kan zonder hulp en wat een kind met hulp kan doen. Als volwassene kan je kinderen stimuleren door activiteiten aan te bieden die nét iets meer van ze vragen dan activiteiten die ze zelf zouden kiezen. Hierdoor kun je de ontwikkeling naar een hoger niveau brengen. Laat het kind bijvoorbeeld eens een puzzel maken met iets meer stukjes! Blijf tijdens dit proces wel altijd beschikbaar voor het kind, zodat het kind niet op geeft maar het avontuur met jou aan durft te gaan.
  2. Neem de tijd
    Deze tip klinkt als vanzelfsprekend, maar is toch erg belangrijk. Heb je een activiteit georganiseerd? Neem dan ook écht de tijd om deze activiteit uit te voeren. Zorg ervoor dat je niet gestoord kan worden en leg je telefoon eventjes opzij. Het is voor een kind juist zo belangrijk om zijn of haar nieuwe bevindingen en ontdekkingen met jou te delen.
  3.  Speel mee
    In plaats van toe te kijken, is het voor kinderen juist leuk als je mee speelt! Volg hierbij het spel van het kind en voeg toe waar mogelijk. Je kan hiervoor gebruik maken van de ‘ja-en-regel’. Dit houdt in dat je eerst bevestigt wat het kind doet (ja) en vervolgens breidt je het verder uit (en).

Deze drie punten kan je beter vermijden.

1. Vragen stellen als: wat maak je?
Als je tijdens het knutselen de vraag stelt: ‘wat maak je?’ laat je eigenlijk merken aan het kind dat jij vindt dat het iets moet worden. Kinderen weten soms van tevoren nog niet wat ze gaan knutselen. Stel je zelf op zo’n moment de vraag: wil ik het kind iets laten maken, of wil ik het kind iets laten meemaken?

2.Complimenteren door te zeggen dat iets ‘mooi’ is
Door een kind een compliment te geven met dat het ‘mooi’ is, zal het kind eerder geneigd zijn te denken dat het dan wel af is. Ze zullen het werk sneller naast zich neerleggen. Als je een compliment wil geven, kun je beter zeggen: Wat ben jij goed je best aan het doen! of Ik zie dat je hard aan het werk bent! Als je het kind op deze manier een compliment geeft, dan leg je de aandacht niet op het eindresultaat. Het gaat dan weer om de ervaring.

3.Het kind vertellen hoe het hoort of wat de bedoeling is
Hiermee doorkruis je de vrijheid en creatieve ontwikkeling van het kind. Het kind leert het meest op het moment dat het zelf mag bedenken wat het wil maken. Ga eens rustig achterover zitten en kijk toe, of maak gebruik van de ja-en-regel (zie tip 3). Je zult zien dat de kinderen met de meest originele creaties komen!

Ik wens je veel succes en vooral veel plezier tijdens het meespelen met kinderen!